|
Wat er ook speelt tussen moeders en dochters, het blijft altijd boeien. Het kan intens en mooi zijn, maar ook ingewikkeld en koel. Toch blijkt de band bijna altijd onlosmakelijk. Deze keer: Roos Wouters en haar moeder Cisca. Over een heftige scheiding, de Liftcentrale en Dr. Phil als de grote verzoener.
Cisca Wouters (65) heeft twee dochters: Julia (40) en Roos (33). Ze is gepensioneerd. ‘Roos was zo'n lief, schattig baby'tje. Als ik nu foto's bekijk uit die tijd, denk ik: dat ik daar niet meer van genoten heb. Zo vrolijk en rustig. Alsof ze wist dat ze op dat moment maar beter niet al te moeilijk kon zijn. Haar vader heeft Roos ooit verteld dat ik haar niet wilde. Dat was ook zo. Toen ik in verwachting raakte, hadden we zo'n slecht huwelijk: wat had ik te bieden? Maar ik heb haar wel verteld dat ik toen nog niet wist dat zij het was. Ze had ook zoals haar vervelende buurmeisje kunnen zijn. Je moest wel van haar houden. Roos was een goedmakerskindje voor ons slechte huwelijk, maar het mocht niet baten. Ik kon er niet tegen, huisvrouwtje spelen, terwijl mijn man altijd aan het werk was. Ik ben een keer met Roos vertrokken, toen ze een jaar of twee was. Ik mocht in de caravan van een vriendin zitten op een verlaten camping. Daar bleek nog een vrouw met een klein kindje te zitten. Ze zat met een uitkering in een geleende caravan. Helemaal mijn doemscenario. Maar zij bleek heel wat gelukkiger te zijn dan ik, met mijn grote huis, man met goede baan en alle status die daar bij hoorde. Toen pas durfde ik een echtscheiding aan te vragen. Er kwam een omgangsregeling voor Roos. Om het weekend ging ze naar haar vader, maar ik stond met hem op zo'n gespannen voet dat wij niet meer met elkaar praatten. Een overdracht vond niet plaats. Als Roosje met haar verhalen thuiskwam, begreep ik niet waar ze het over had en daardoor viel ze elke keer in een zwart gat. Op een gegeven moment werd ze zo lastig als ze na zo'n weekeind thuiskwam, dat we afspraken dat haar vader haar op maandagochtend naar school zou brengen, dan had ze de hele dag om te acclimatiseren. Een soort bufferzone.
Op haar veertiende begon Roos vreselijk te lellebellen. Och, wat had die een zware puberteit. En maar weglopen. Altijd maar met een vuilniszakje kleren op haar bagagedrager, op naar het volgende adres waar ze op een huis mocht passen. Ik was radeloos, wanhopig. Had ze ook nog zo'n vriendje dat 'r sloeg. Wat moet je als alleenstaande moeder met een puber die niet luistert? Ik heb toen professionele hulp gezocht. Zij vonden dat ze een poosje bij haar vader moest gaan wonen. Daar was ik eigenlijk wel blij om, kon ik weer een beetje bijkomen. Er brak een periode aan waarin we elkaar nauwelijks zagen. En als ik haar eindelijk zag, ging ik verwijten maken. Dat werkte natuurlijk niet. Toen hebben we afgesproken dat we iedere woensdag samen naar de film zouden gaan, dan konden we niet over problemen praten. Zat ze naast me met een grote doos popcorn op schoot. We kregen het langzaamaan steeds gezelliger en daarna breidden we het uit, gingen na de film samen uit eten bij V&D. Zo zijn we weer goede vrienden geworden en konden we ook weer normaal met elkaar praten. Op een middag, Roos was een jaar of twintig, zat ik naar Dr. Phil te kijken, toen nog een onderdeel van Oprah. Hij had het over spiegelen en ik begreep opeens dat het heel belangrijk is dat mensen erkend worden in hun problemen. Ik heb haar gezegd dat het mij heel erg speet, dat ik haar verdriet had gedaan door soms kwaad over haar vader te spreken. Toen moest Roosje huilen en ze zei: "Mama, wat vind ik dat lief." Soms kun je niet anders in een bepaalde situatie, maar het kan nooit kwaad te erkennen dat je fouten gemaakt hebt en je excuses aan te bieden, dat is geen teken van zwakte. Ik had me niet gerealiseerd dat kinderen ook voor de helft uit hun vader bestaan en dat kritiek over de andere ouder niet te velen is. Zoals je het ook niet kunt hebben dat iemand iets naars over je kind zegt. Het heeft ook geen zin, ze worden er alleen maar wrokkig van ten opzichte van jou. Dr. Phil liet dat heel duidelijk zien. Ik kom uit een losgeslagen periode, begin jaren '70 was bijna iedereen in mijn omgeving gescheiden. Moeders die voorheen in grote grachtenpanden woonden met een dikke Volvo voor de deur, reden nu rond op een krakkemikkige fiets. Ik heb mijn dochters bijgebracht dat een goede opleiding heel belangrijk was, zodat ze het karretje ook alleen zouden kunnen trekken. Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat ze op goede scholen zaten en alle clubjes konden volgen. Ik had heel weinig geld, maar we gingen ook gewoon zes weken naar Frankrijk in de zomer, met de Liftcentrale. Reden we met een alleenstaande vader en een kind mee, die nog onze tent opzette ook. We hebben tijdens dat liften zulke aardige, onbaatzuchtige mensen ontmoet, die rustig twee uur omreden om ons op de plaats van bestemming te brengen. Daardoor heb ik altijd mijn vertrouwen in de mensheid behouden. Mijn ex noemde mij regelmatig een hedonist. Ik wist niet wat het betekende, dacht dat het iets van helleveeg was. Maar toen ik het regelmatig in de echtscheidingspapieren terugvond, heb ik het toch maar eens in een woordenboek opgezocht. En toen dacht ik: ja, dat klopt wel. En dat is ook mijn redding geweest. Dat ik toch altijd achter de lol aan ben gegaan. Als er een interessant symposium is, ga ik ernaar toe. Een paar jaar geleden dacht ik: laat ik Roos eens meenemen. Tijdens dat symposium stond ze opeens op en ging vragen stellen aan Mark Rutte. Ze formuleerde zo uitstekend en beheerst en liet zich niet met een kluitje in het riet sturen. Ik dacht: gut, moet je die Roos eens zien. Vroeger was ze altijd zo verlegen, niks durfde ze te zeggen. Laatst was ze een van de hoofdsprekers tijdens een avond van Women's Inc., een platform voor grensverleggende vrouwen."Je zult wel trots zijn," zei haar schoonvader tegen me. "Trots," zei ik, "daar ben ik nog helemaal niet aan toe. Ik ben blij als het goed gaat." Hetzelfde gevoel als je kind voor het eerst naar school fietst. Maar het ging goed. Ze deed het prima en nu past het haar zo vanzelf. Wat ik zo leuk vind aan Roos, is dat ze zo bevlogen is. Dat ze echt vanuit haar tenen meent dat de maatschappij moet veranderen. Vroeger kregen mannen overal de schuld van, tegenwoordig willen ze best meehelpen. Ze moeten alleen wel de mogelijkheid krijgen. Zij strijdt daarvoor, evenwichtig ouderschap. Zowel Roos als haar zus zijn goed terecht gekomen. Leuke meiden zijn het. Zo zie je maar dat alles toch nog goed kan komen ondanks een ingewikkelde scheiding.'
Roos Wouters (33) is politicologe en publiciste en geeft lezingen over gedeeld ouderschap. Ze woont samen met Joost en is moeder van Sam (7) en Julia (4). ‘Sam was vier dagen oud en Joost en ik zaten geboortekaartjes te schrijven. Joost schreef hele lieve teksten en ik zei: "Schrijf ook eens iets liefs voor mij." En hij schreef: "Wil je met mij... Nou ja, je weet wel wat ik bedoel. Wil je dat?" Ik schoot meteen vol. Ik voelde me op dat moment zo onaantrekkelijk in mijn gazen onderbroek en groene capuchontrui dat ik dacht: als hij nu met me wil trouwen, moet hij wel heel veel van me houden. Dus ik zei ja, terwijl ik tegen het huwelijk ben. Later kwam ik daar toch weer op terug en zei dat ik niet wilde. Ik kreeg het er zo benauwd van. Ik heb bij mijn ouders gezien waar het huwelijk toe kan leiden. Liefde, zeker gepassioneerde liefde zoals mijn ouders die kenden, kan zich omzetten in haat en die haat is de voedingsbron geweest voor veel verdriet. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 3 was. Er volgde een jarenlange juridische strijd om de voogdij. Vaders hebben wat dat betreft geen rechten. Mijn moeder kreeg mij en ik mocht een keer in de twee weken het weekend naar mijn vader. Dat ging altijd gepaard met een hoop getouwtrek. Zeker de feest- en verjaardagen veroorzaakten de nodige spanning. Altijd was er een die mij moest missen. Als kind voel je je daar verantwoordelijk voor. Hoe onredelijk ook, ik had altijd het gevoel dat ik diegene verdriet deed door er niet te zijn. Nog steeds heb ik een hekel aan de feestdagen en ik probeer op mijn verjaardag altijd in het buitenland te zijn. Niet lullen, doorgaan, dat is mijn moeder. Soms kwam ik uit school en zat ze te staren met haar tong tegen haar wang, het teken dat ze nadacht. "Morgen gaan we naar je zus in Milaan," zei ze dan. "Zorg dat je koffertje gepakt is en je iets wits aan hebt." We gingen namelijk liften en als je er wit en schoon uitzag, werd je eerder meegenomen, zo was haar overtuiging. In de zomer gingen we ook liftend naar Frankrijk. De avonturen die ik met haar heb beleefd! Als we op de camping weinig geld hadden, liep ze naar een groep jongeren en zei ze: "Als jullie allemaal tien franc geven, ga ik iets lekkers en gezonds koken." En dan aten we 's avonds ratatouille met de hele clan. Hartstikke gezellig. Mijn moeder zag nooit ergens een gevaar of probleem. "Ja maar" kwam in haar woordenboek niet voor: een eigenschap die ik graag wat meer gehad zou hebben. Als ik tijdens het liften vroeg: "Ja, maar wat nou als het schemerig wordt en we moeten nog een eind?" Dan zei zij: "Het komt altijd goed." En dat was ook altijd zo. Werden we opgepikt door een man in een Porsche die ons met 220 kilometer per uur op de plaats van bestemming bracht. Vaak werden we door vrachtwagens meegenomen en dan belde zo'n chauffeur met een bakkie naar collega's. "Ik heb hier een moeder en een kind, ze moeten daarheen, wie neemt ze mee?" en zo gingen we van vrachtwagen naar vrachtwagen. Ik herinner me dat we door Zwitserland reden, we zaten achter die grote ramen naar de besneeuwde bergtoppen te kijken en ik voelde me zo gelukkig. Als ik straks 80 ben en ik zit in een schommelstoel heb ik genoeg avonturen om aan terug te denken. Op mijn veertiende kwam ik in de puberteit. Van de een op de andere dag verruilde ik mijn regenboogtruitjes voor strakke rokjes. "Lellebel," zei mijn moeder, ze kon de overgang totaal niet aan. Ik kreeg een fout vriendje. Ik sloeg hem, maar hij sloeg mij nog veel harder en dat vond mijn moeder zo erg. "Hoe kun je jezelf dit aan laten doen," huilde ze als ik met blauwe plekken thuiskwam. Goed zo, dacht ik. Achteraf denk ik dat het een soort wraak was op de jarenlange ruzie tussen mijn ouders. Nu was ik degene die vocht en konden zij machteloos toe kijken. Ik ben weggelopen en weken onvindbaar geweest. Ik sliep in huizen van vrienden die met hun ouders op vakantie waren en van wie ik stiekem de sleutel kreeg. En ik sliep bij mijn vriendje die me binnenliet zodra zijn ouders op bed lagen. Tot die tijd zwierf ik op straat. Tot zijn moeder me betrapte en hij zei: "Misschien moet je bij je vader gaan wonen". Ik belde bij mijn vader aan en zei: "Ik neuk, ik drink en ik blow en als je daar niet over zeikt, kom ik bij je wonen." "Oké," zei hij. Met mijn moeder heb ik lang geen contact gehad. Tot ze op een gegeven moment begreep dat we beter niet konden praten. "Luister," stelde ze voor. "Een keer per week gaan we samen naar de film. Dan eten we een hapje en hebben we het alleen over de film." Zo kon onze band weer groeien. Dat vond ik knap van haar, ze kon me natuurlijk wel wurgen. Sinds ik zelf kinderen heb, heb ik nog minder begrip voor bloedige echtscheidingen zoals die van mijn ouders. Hoe kan zo'n lief schattig kindje niet alle haat doen smelten? Ik begrijp wel dat ook zij hun uiterste best deden en er echt van overtuigd waren goed te handelen, maar het luchtte wel enorm op toen mijn moeder na een uitzending van Dr. Phil het inzicht kreeg wat hun strijd voor ons betekend moet hebben. En daar haar excuses voor aanbood. Dat was voor mij heel belangrijk. Als je als kind hier tussenin zit voel je je altijd schuldig en heb je altijd het gevoel dat je moet kiezen. En zo'n keuze kun je als kind helemaal niet maken, het is in feite een keuze tegen jezelf. Zo heb ik op mijn zesde weken in het ziekenhuis gelegen, de artsen wisten niet wat ik had. Mijn moeder kwam 's ochtends op het bezoekuur, mijn vader 's avonds. Toen de dokter vertelde dat ik de volgende ochtend naar huis mocht stond ik te springen van blijdschap, maar mijn vader begon te huilen. "Ik kon je elke dag zien," zei hij, "nu wordt het weer om de twee weken." Ik voelde me zo'n naar en egoïstisch kind. Dat ik zo snel beter was geworden. Ik kende Joost pas drie maanden toen we besloten met de pil te stoppen, van hem durfde ik kinderen te krijgen. De eerste dag dat wij elkaar ontmoetten, vertelde hij dat als hij een baarmoeder had gehad, hij allang kinderen zou hebben gehad. Hij kon natuurlijk wel een vrouw zwanger maken, maar als man heb je dan geen enkele garantie dat je ook een vader mag zijn. Joost wilde echt een vader voor zijn kinderen zijn en die kinderen zouden boven alles staan. Dat vond ik een hele geruststellende gedachte. Dat een ruzie tussen ons nooit over de rug van de kinderen uitgevochten zou worden. Ondanks het feit dat ik hoop altijd bij Joost te blijven, ga ik ervan uit dat alle relaties uiteindelijk stuk gaan. En dan komt het erop aan of je als ouder boven je emoties kunt blijven staan. Want dat is het allerbelangrijkste voor kinderen.'
|