Nederland, deeltijdland
Deeltijdwerken, een verworven recht?!
‘Steeds meer mensen kiezen voor meer ambities dan alleen betaald werken.’ We scoren hoog in Europa als het gaat om het aantal werkende vrouwen. Liefst 66% van de Nederlandse vrouwen heeft een baan. Daar staat tegenover dat Nederlandse vrouwen gemiddeld slechts 26 uur per week werken. Daardoor is de feitelijke arbeidsparticipatie bijna het laagst van heel Europa. Opvallend is dat veel vrouwen hier in kleine deeltijdbanen blijven steken, ook wanneer ze geen kleine kinderen (meer) hebben.
Nederland is deeltijdkampioen, al lijkt het deeltijdwerken voornamelijk voorbehouden aan vrouwen. We beschouwen het als een verworven recht. In het rapport ‘Nederland Deeltijdland’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) komt naar voren dat niet alleen vrouwen die de zorg hebben voor een (jong) kind parttime werken. Jonge vrouwen zonder kinderen werken gemiddeld vier uur minder dan jonge mannen. Volgens Rob Euwals, programmaleider arbeidsmarkt en welvaartsstaat bij het CPB is deeltijdwerken een kwestie van voorkeur in onze welvaartsmaatschappij. ‘Mensen wegen af wat een x-aantal uren werken ze financieel oplevert.’ (Bron: website SER).
Leve de burgertrut
Dat Nederlandse moeders vaak parttime werken, heeft er alles mee te maken dat ze graag zelf voor hun kinderen zorgen. Volgens onderzoek vindt een derde van de vrouwen en meer dan de helft van de mannen dat vrouwen die opvoedtaak het beste ligt. In haar boek ‘Leve de burgertrut’ houdt journaliste en filosofe Fleur Jurgens een pleidooi voor de vrouw als moeder: het ‘cement’ van de samenleving. Sterker nog, zij is de enige die haar kinderen kan bijbrengen wat écht belangrijk is, aldus Jurgens.
Economische zelfstandigheid
Het idee dat een ‘goede moeder’ niet meer dan drie dagen per week werkt, leeft nog steeds in Nederland. Saillant detail is dat de overheid deeltijdwerk lange tijd heeft gestimuleerd en ondersteund. Gezien de voorspelde tekorten op de arbeidsmarkt zijn vrouwen echter hard nodig. Het aantal niet vervulde vacatures stijgt. Dit is niet goed voor de Nederlandse economie. Het kabinet wil dat het aantal werkende vrouwen in 2016 is toegenomen tot 80%. Nog beter is het als vrouwen meer gaan werken. Met het oog op de vergrijzing is een grotere arbeidsdeelname nodig om de kosten van de verzorgingsstaat op te brengen.
‘Als vrouwen met een deeltijdbaan twee uur meer zouden werken, dan is het personeelstekort in de zorg opgelost’, verzuchtte staatssecretaris Jet Bussemaker vorig jaar oktober nog in Trouw. Daarnaast wil de regering de financiële zelfstandigheid van vrouwen bevorderen. Slechts een op de drie vrouwen is economisch zelfstandig, dat wil zeggen dat ze minimaal 70% van het bruto minimumloon (= zestienduizend euro per jaar) verdienen.
Tevreden
Roos Wouters, politicoloog en bestuurslid van het Alternatief Voor Vakbond (AVV) zegt in een column: ‘Emancipatie gaat op dit moment vooral over het verhogen van het bruto nationaal product. Steeds minder over gelijke kansen voor vrouwen, mannen en kinderen. Natuurlijk ben ik voor financiële onafhankelijkheid en vrouwen aan de top, maar niet ten koste van de gelijke kans om van kinderen en werk te kunnen genieten. Dit is misschien weinig sexy maar wel wat veel mensen willen.’
Dat lijkt te kloppen. Slechts 16% van de Nederlandse vrouwen heeft een fulltime baan. Verschillende onderzoeken laten zien dat Nederlandse vrouwen heel tevreden zijn over het werken in deeltijd. De financiële noodzaak ontbreekt en bovendien sluiten schooltijden en kinderopvang nog steeds niet goed aan op werktijden. Ook de harde uitspraken van PvdA politica en huidig staatssecretaris van OCW, Sharon Dijksma destijds over kapitaalvernietiging als hoogopgeleide vrouwen stoppen met werken, hebben weinig indruk gemaakt.
Het is Heleen Mees (‘Weg met het deeltijdfeminisme’), publiciste en medeoprichtster van de organisatie Women on Top, een doorn in het oog. ‘Vrouwen aan de top zijn hard nodig’, aldus Mees. Ze heeft dan ook geen goed woord over voor de ruim één miljoen huismoeders in Nederland. ‘Vrouwen horen te werken en hun verantwoordelijkheid te nemen, vooral nu ze zo hard nodig zijn op de arbeidsmarkt. Daarvoor is ook de hulp van de overheid nodig. Schooldagen moeten langer worden en zaken als au pair of huishoudelijke hulp, financieel aantrekkelijker.’
Taskforce Deeltijd Plus
Dankzij de FNV deed minister Donner tijdens de participatietop in de zomer van 2007 de belofte een Taskforce Deeltijdplus op te richten. De Taskforce Deeltijdplus gaat vooral vrouwen stimuleren om meer uren te werken. Nu is er niets mis met dat streven maar we zouden afmoeten van de mythe dat deeltijd werken per definitie ‘verkeerd’ is en een ‘gebrek aan ambitie’ suggereert. E-quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit doet dan ook een oproep aan de Taskforce Deeltijdplus om de eenzijdige beeldvorming rond deeltijdwerk te doorbreken. Volgens Equality moet er aandacht worden besteed aan het vergroten van de zichtbaarheid van andere noodzakelijke en onbetaalde werkzaamheden waardoor de meervoudige ambities van mensen (werk, zorg en maatschappij) beter tot hun recht komen.
Emanciperen
Het Nederlandse kabinetsbeleid is sterk gericht op verhoging van de arbeidsdeelname van moeders. Toch zien we dat deze groep in tien jaar tijd 50% meer is gaan werken. Ook stoppen moeders steeds minder vaak met werken als zij kinderen krijgen. Uit het SCP-onderzoek ‘Nederland Deeltijdland’ blijkt dat moeders weliswaar een voorkeur hebben voor deeltijdarbeid, maar wel meer uren willen maken als ze die extra uren thuis kunnen werken, bijvoorbeeld via telewerken. Daar valt dus winst te behalen.
Volgens Tineke van der Kraan, voorzitter van FNV Vrouwenbond, is er niets mis met deeltijdwerk: ‘Het biedt ouders in het spitsuur van hun leven de mogelijkheid om voldoende tijd te hebben voor de zorg voor hun kinderen. Er wordt net gedaan alsof alleen betaald werk belangrijk is voor onze samenleving. Terwijl veel andere taken, die niet worden betaald, ervoor zorgen dat de economie blijft draaien. Zoals de mantelzorg en het vele vrijwilligerswerk. Het is juist fantastisch dat steeds meer mensen kiezen voor meer ambities dan alleen betaald werken.’
Roos Wouters vindt het niet terecht dat zorg nog steeds wordt gezien als een zaak van vrouwen. Het is nodig dat het ouderschap emancipeert. Zowel vader als moeder moeten de zorg voor kinderen kunnen combineren met een echte baan, zonder dat ze al te veel carrière of zorgperspectieven inleveren. Dus moet ook de werkgever emanciperen en meer flexibiliteit bieden. ‘Werkgevers, werknemers en overheid moeten ervan doordrongen raken dat de nieuwe werknemer zorgt en de nieuwe ouder werkt, ook in een echte baan en in een topfunctie.’
© Mariël van den Donk
|