Toekomst vraagt om kinderen, dus andere arbeidsmarkt . Volkskrant juli 2006
Opinie

Toekomst vraagt om kinderen, dus andere arbeidsmarkt

de Volkskrant 1 Juli 2006 door Roos Wouters

Keer op keer wordt vrouwen gevraagd meer te werken, in verband met de vergrijzing. Intussen gaat de ontgroening door, zegt Roos Wouters.

Onlangs liet FNV-voorzitter Agnes Jongerius weten dat de maatschappij een dwingend 'moreel appèl' moet doen op vrouwen met kleine banen om meer te gaan werken. Daarmee zou op korte termijn het probleem van de vergrijzing worden aangepakt. Deze oplossing gaat alleen eraan voorbij dat dit op de lange termijn juist enorme problemen creëert: Nederland vergrijst niet alleen, het land ontgroent ook.

De leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, is sinds 1970 gestegen van 25 naar 30 jaar. En dat is de gemiddelde leeftijd. Laagopgeleide vrouwen krijgen hun eerste kind vaak voor hun 30ste terwijl hoogopgeleide vrouwen pas veel later over een kind beginnen na te denken. Vrouwen die na hun 30ste aan kinderen beginnen, blijken elk jaar 12 procent minder zwangerschapskans te hebben om na hun 35ste nog maar half zo vruchtbaar te zijn. En zelfs als deze vrouwen nog kinderen kunnen krijgen, wil een op de vier hogeropgeleiden dat niet meer. Mede daardoor neemt het aantal kansarme jongeren toe terwijl het percentage kansrijke jongeren afneemt.

De samenleving is gebaat bij moeders/opvoeders die hoogopgeleid zijn. 'Kansrijke jongeren' zijn namelijk vooral de jongeren die opgevoed worden door hoogopgeleiden, zo blijkt uit onderzoek. De kansrijke jongeren zijn de dragers van de kennissamenleving waarnaar het kabinet zegt te streven. Maar ondertussen hebben we de maatschappij zo ingericht dat hoogopgeleiden het krijgen van kinderen uitstellen, vaak totdat het te laat is. Zolang het onmogelijk blijft het krijgen van kinderen te combineren met een carrière, zullen hogeropgeleiden het eerste kind blijven uitstellen. Het is tijd voor een radicale verandering van de arbeidsmarkt.

Parttime werken op hbo/wo niveau is, zeker als starter, maar zelden mogelijk. Uit onderzoek is echter gebleken dat, zelfs wanneer de opvang beter en goedkoper geregeld zou zijn, ouders, en dan vooral vrouwen, kinderen niet willen combineren met een fulltime baan. Daardoor werken hoogopgeleide moeders/ouders vaak wel parttime maar onder hun niveau of blijven helemaal thuis. Op die manier zijn ze van serieuze deelname op de arbeidsmarkt uitgesloten en dit vooruitzicht is voor veel hoogopgeleide vrouwen/koppels somber genoeg om het krijgen van kinderen uit te stellen of er helemaal vanaf te zien.

Wanneer werkgevers en de overheid ouders direct na hun studie meer mogelijkheden zouden bieden om het hebben van kinderen te combineren met een parttimebaan op niveau, dan zouden ze, langzaam maar zeker, een serieuze carrière kunnen opbouwen en daarmee zal het percentage hoogopgeleiden dat (op jonge leeftijd) kinderen krijgt, toenemen. Bovendien kan daarmee worden voorkomen dat die vrouwen/ouders op latere leeftijd, wanneer zij een baan zoeken, moeten merken dat ze te onervaren en te duur zijn geworden om nog in aanmerking te komen voor de functies waar zij in feite voor zijn opgeleid.

Zelf kreeg ik, tegen alle waarschuwingen in, vijf jaar geleden, voor ik een carrière had opgebouwd, mijn eerste kind. Ik was 25 jaar toen ik, met mijn zoon op mijn arm, mijn politicologie-bul in ontvangst nam. Ik wilde liever een baan bij mijn kinderen, dan kinderen bij mijn baan, zo was mijn redenering. Bovendien ging, en ga, ik er van uit dat mijn 'carrière-tijd' nog wel komt wanneer mijn kinderen groter zijn. Maar ook al heeft het (jong) kinderen krijgen veel voordelen, toch benijd ik nu de mensen om mij heen die het krijgen van kinderen hebben uitgesteld.

Na mijn studie ging ik op zoek naar een parttimebaan op academisch niveau. Dat bleek een contradictio in terminus. De banen voor pasafgestudeerden waren of op academisch niveau en fulltime of parttime en dan vooral 'administratief'. Mijn partner en ik hebben, heel geëmancipeerd, besloten beiden parttime te werken en samen voor onze kinderen te zorgen.Mede daardoor werken wij, vijf jaar later, onder ons niveau en blijven als het ware aan het begin van onze carrière staan.

De vrienden en studiegenoten die nu met kinderen beginnen, werkten de eerste jaren na hun studie vaak wel fulltime. Zij hebben een carrière en dus een meerwaarde opgebouwd op grond waarvan ze beter met hun werkgever over werktijden kunnen onderhandelen. Zij slagen er dan ook vaak in om drie of vier dagen te gaan werken. Bovendien verdienen zij inmiddels aanzienlijk meer, waardoor zij flexibele kinderopvang kunnen betalen. Banen voor pasafgestudeerden vereisen daarentegen een hoge flexibele werkinzet, maar daar staat nog geen salaris tegenover waarmee je flexibele kinderopvang kan betalen.

Voor elk hogeropgeleid stel is het dus eigenlijk heel rationeel het krijgen van kinderen uit te stellen. Maar voor de samenleving is dat onwenselijk. Van uitstel komt immers vaak afstel. Dat is een massale verspilling van talent. Wie hier serieus wat aan wil doen, zal ervoor ijveren dat werkgevers en de overheid de mogelijkheden juist vergroten om flexibel en parttime op niveau te werken. Zo wordt het voor hoogopgeleiden weer aantrekkelijk om jonger kinderen te krijgen. Dat lijkt mij zinvoller dan de recente voorstellen om vrouwen met deeltijdbanen op te roepen meer te gaan werken, hoogopgeleiden uit het buitenland aan te trekken en om van hoogopgeleide moeders die niet werken te eisen dat ze hun studie terugbetalen!

Het is de hoogste tijd voor een mentaliteitsverandering. Kinderen hebben de toekomst, maar dan moeten ze wel worden geboren.

Hogeropgeleide heeft nu groot gelijk als hij kinderwens uitstelt