Overheid en werkgever blind voor de behoeften van vrouwelijke werknemers. AVV site maart 2008
Opinie

Overheid en werkgever blind voor de behoeften van vrouwelijke werknemers.

AVV site 6-3-2008

De vrouwelijke ondernemer is in opmars. In 2006 was bijna eenderde van alle startende ondernemers vrouw, terwijl dat in 2000 nog maar een kwart was. Het aantal allochtone vrouwelijke starters is in de afgelopen vijf jaar zelfs verdubbeld. 'Vrouwen, en dan met name allochtone vrouwen, zijn bezig met een inhaalslag. De emancipatie gaat door’, zo concludeerde de Kamer van Koophandel. 

Maar is dat wel een juiste conclusie? Je kunt ook stellen dat het starten van een eigen bedrijf als freelancer of zelfstandig ondernemer voor veel vrouwen (en zorgende mannen), ondanks alle risico’s en ontbrekende voorzieningen, aantrekkelijker is dan het werken in loondienst. Veel vrouwen in loondienst worden nog steeds niet voor vol aangezien vergeleken met hun mannelijke collega’s en door de geringe flexibiliteit die hen wordt geboden kunnen zij de concurrentie met hun ‘traditionele collega's’ vaak niet aan. Daarom kiezen zij er steeds vaker voor een eigen bedrijf te beginnen, liefst in deeltijd. Zo behouden ze de vrijheid hun werk te combineren met hun privé-leven en de zorg voor kinderen. Het gaat in de meeste gevallen om eenmansbedrijfjes of freelance werk waarvoor geen grote investeringen gedaan hoeven te worden, en waarbij het mogelijk blijft om het werk thuis te doen en met schooltijden te combineren.

Ondanks dat de overheid en het bedrijfsleven vrouwen oproepen meer te gaan werken, wordt er weinig gedaan om vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren. Zo neemt de Nederlandse overheid, in tegenstelling tot andere Europese lidstaten, geen speciale maatregelen voor vrouwen en heeft in 2004 zelfs de voorzieningen voor zwangerschaps- en bevallingsverlof van ondernemers afgeschaft. Zelfstandige ondernemers en freelancers zijn voor het risico van arbeidsongeschiktheid aangewezen op een particuliere verzekering en dat geldt ook voor het ‘risico’ van zwangerschap. Daarmee worden vrouwelijke ondernemers in Nederland zelfs benadeeld ten opzichte van mannelijke ondernemers. Toch blijft minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken) zich net als zijn voorganger Aart Jan de Geus verzetten tegen diverse moties die bepleiten het zwangerschapsverlof voor zelfstandig werkende vrouwen te regelen. En dat terwijl de Europese Commissie 2007 heeft uitgeroepen tot Europees Jaar van Gelijke Kansen voor iedereen! Misschien dat de Europese Commissie Donner voor deze gelegenheid een opfriscursus kan geven van de betekenis van ‘Gelijke Kansen voor iedereen!’ Want op dit punt geldt in Nederland namelijk nog steeds de ouderwetse mannenmoraal. Vrouwen moeten meer werken, dat wel, maar ze moeten zich daarbij richten naar het voorbeeld van hun mannelijke collega’s, werknemers net als ondernemers. Voor het feit dat vrouwen kinderen dragen en baren en dat er later ‘iemand’ moet zijn om ze te verzorgen, blijft men in Nederland blind! Lang leve het Jaar van Gelijke Kansen voor iedereen! Roos Wouters