Columns
Ze komen eraan!
donderdag, 31 januari 2013 21:17

Je ziet ze in trams, op pleinen en in hippe koffietenten. Hun mobieltjes en andere aaibare schermen altijd in de hand. Swipend, pingend of whatsappend, en ze vinden zichzelf ongelofelijk swag. Geen idee waar ik het over heb? Over de jeugd van tegenwoordig. De oudsten van generatie Z (geboren tussen 1992 en 2012) bereiden zich nu voor om de arbeidsmarkt te bestormen, en vind je de jeugd nu al verwend…zet je dan maar schrap want nu de beroepsbevolking krimpt, de overheid zich terugtrekt en de economische crisis voortduurt, zullen we deze nieuwe arbeidskrachten hard nodig hebben.

Generatie Z bestaat uit geboren netwerkers die ingrijpende veranderingen in de manier waarop we nu nog werken zullen afdwingen. Zij groeit op in een 24/7 informatiemaatschappij en kent weinig beperkingen, kan razendsnel informatie vinden en filteren en gaat zappen door het leven. Ondertussen veranderen de politieke en economische verhoudingen, komen de natuurlijke bronnen verder onder druk te staan, een ook het vertrouwen in grote multinationals neemt af.

Instituties die van oudsher op respect konden rekenen, zullen te maken krijgen met het aangeboren wantrouwen van generatie Z. Deze generatie houdt hen verantwoordelijk voor de onverantwoorde wijze waarop er met economische en natuurlijke bronnen is omgesprongen. Bovendien is ze van huis uit gewend om mee te onderhandelen en te beslissen. Hiërarchische verhoudingen, waarbij eigen inbreng ongewenst is, kent de generatie niet of nauwelijks. Ze kent een heel andere pikorde.

Deze generatie maakt deel uit van sociale netwerken, waarin iedereen, ongeacht de positie, rechtstreeks benaderbaar is. Wie de meeste waarde aan het netwerk toevoegt, verdient het meeste respect. Ook organisaties worden gezien als netwerken. Elk lid van een goed functionerend en aantrekkelijk netwerk vormt een cruciale schakel binnen het geheel. Is de (online) reputatie van dit netwerk niet goed, dan zullen jongeren er geen deel vanuit willen maken. En een ding is zeker: Window-dressing werkt averechts.

Een organisatie die de talenten van jong en oud optimaal wil benutten, zal het ouderwetse arbeidsethos – aanwezig zijn, doen wat de baas zegt, je mond houden en loyaal aan je bedrijf blijven – moeten vervangen door een “netwerkethos” waarbij “de baas” jong en oud ondersteunt en inspireert. De eis om aanwezig te zijn als dat niet strikt noodzakelijke is evenals gebrek aan eigen inbreng, zal door deze generatie niet meer worden geaccepteerd. Forenzen doet zij liefst zo min mogelijk en ook op andere terreinen is ze minder bereid de balans tussen werk en privé op te offeren aan de carrière. Jongeren bepalen zelf wat ze waar en wanneer doen en ze zijn niet van plan hier verandering in aan te brengen omdat ze een arbeidsovereenkomst aangaan.

Zullen we hieronder lijden? Tja, voor degene die zijn of haar gezag enkel ontleent aan hiërarchische verhoudingen, zal het wel even slikken zijn, maar eerlijk gezegd verheug ik me wel op platte egalitaire organisaties. Groene organisaties met transparante communicatie- en beloningsstructuren. Organisaties waarbij degene die het meeste bijdraagt aan het geheel, ook de persoon of organisatie is die het meeste respect verdient. Wat jij?

Veel van de informatie in deze column is afkomstig uit het boek Generatie Z

 
Working apart together
donderdag, 31 januari 2013 21:15

‘Hoe gaat het met Joost?’ Even valt het stil. ‘Ik weet het eigenlijk niet,’ antwoord ik verbaasd. ‘Zijn jullie uit elkaar?’ vraagt mijn zus met dichtgeknepen keel. ‘Nee hoor,’ antwoord ik luchtig, ‘Ik realiseer me zojuist dat ik hem die vraag al heel lang niet meer heb gesteld.’ En ineens schiet ik in de lach. Mijn zus, die niet begrijpt waar ik om moet lachen vraagt geërgerd of ik dan in elk geval wel weet hoe het met mij gaat.

Als voorzitter van de stichting Het Nieuwe Werken Werkt, sta ik niet zelden voor zalen vol radeloze leidinggevenden. Ze zitten altijd met hetzelfde soort vragen: Hoe weet ik of mijn medewerkers er de kantjes niet vanaf lopen als ze zelf kunnen bepalen waar en hoe ze werken? Hoe weet ik of ze vertrouwelijke bedrijfsgegeven ook vertrouwelijk behandelen buiten de bedrijfsmuren? En hoe weet ik of ze hun kennis nog wel delen als ze plaats en tijd onafhankelijk werken?

Het antwoord op de eerste vraag is makkelijk: Hoe weet je nu of je medewerkers er de kantjes niet van aflopen? Feit: Negen van de tien medewerkers willen hun werk goed doen. Ze halen meer voldoening uit hun werk als ze trots zijn op de behaalde resultaten. Als medewerkers meer ruimte en zeggenschap krijgen, werken ze eerder harder en met meer plezier dan voorheen. En die ene die er de kantjes van afloopt die doet dat nu waarschijnlijk ook al.

Ook het tweede antwoord is kat in ’t bakkie: Je kunt gewoon niet weten of medewerkers vertrouwelijke bedrijfsgegeven buiten ook vertrouwelijk behandelen! Dat weet je ook niet als je het verbiedt. Sterker nog, als je geen veilig alternatief biedt, worden mensen heel inventief. Hoe vaak komt het niet voor dat mensen toch een dossiers meenemen, naar zichzelf mailen, op een USB stickje zetten of in Dropbox plaatsen zodat ze thuis nog iets af kunnen maken. Meestal zijn deze mensen niet van kwade wil, eerder wat pragmatisch ingesteld. Bied je deze mensen als organisatie een veilig alternatief met duidelijke etiketten, dan wordt de kans dat vertrouwelijk gegevens in de taxi, trein of op een schimmige virtuele plek belanden aanzienlijk kleiner.

Met het antwoord op die derde vraag zat ik echter al een tijdje in mijn maag. Hoe weet je nou of de medewerkers hun kennis nog wel delen als ze niet meer de hele dag bij elkaar zitten? Maar nu was het kwartje eindelijk gevallen. Delen mensen wel kennis als ze de hele dag bij elkaar op kantoor zitten? Doordat ik Joost elke dag zie ga ik ervan uit dat ik weet hoe het met hem gaat, maar is eigenlijk dat wel zo? Bespraken wij niet veel meer toen we nog een lat-relatie hadden? Living apart together. Tegenwoordig gaan we vaak de deur uit om weer even echt bij te kletsen. Misschien geldt dat ook wel voor kennisdelen? Misschien delen medewerkers hun kennis ook wel veel beter als ze met elkaar afspreken om bij te praten? Ofwel: Working Apart Together.

 
Word wakker! Het Nieuwe Werken is niet zalig makend.
donderdag, 31 januari 2013 21:13

Word wakker! Het Nieuwe Werken is niet zalig makend. Werken vanaf het strand, thuis, gezellig met drie gillende kinderen om je heen, of vanuit die luidruchtige kantoortuin? Zalig makend, m’n neus!

Veel werkgevers denken dat hun medewerkers het liefst zelf bepalen waar en wanneer ze werken. Onderzoek van Marjette Slijkhuis toont echter aan dat dit niet helemaal klopt. Zo blijkt dat structuur minnende werknemers liever strak aangelijnd worden. Slijkhuis pleit dan ook voor Close Monitoring (CM), een veelgebruikt controlerend middel om medewerkers op de werkvloer nauwgezet in de gaten te houden. ‘Hoewel CM de mogelijkheden om af te wijken van de geldende regels en voorschriften beperkt en daarmee creativiteit en innovatie, geeft CM ook inzicht in de regels en verwachtingen van de leidinggevende,’ en dat is natuurlijk wel zo prettig voor risicomijdende werknemers. En geef ze eens ongelijk in crisistijd waar de angst- en afrekencultuur hoogtij viert.

Structuur minnende werknemers werken inderdaad liever met strakke protocollen volgens de zogenoemde Taylor efficiëntie. Zolang de lopende band aanstaat en je je taken binnen de voorgeschreven tijd en volgens de strak voorgeschreven richtlijnen verricht, met een manager die daar scherp op toeziet, loop je geen risico. De vraag is alleen in hoeverre deze medewerkers structuur minnend en risico mijdend zijn geworden door hun jarenlang verblijf in een tredmolen Ontstaat dit type medewerker niet vanzelf als eigen initiatief eerder kritiek oplevert dan dat het wordt toegejuicht?

Geregeld sta ik voor volle zalen met bestuurders en managers die hun zorgen uitspreken over Het Nieuwe Werken. Medewerkers zouden de vrijheid niet aankunnen. ‘Ze tonen nu al nauwelijks eigen initiatief of verantwoordelijkheid, hoe zouden ze dan plaats- en tijdonafhankelijk moeten gaan werken?’ Nu kan ik ze natuurlijk vertellen dat deze mensen vaak prima is staat zijn om huishoudens te runnen, hypotheken af te sluiten en kinderen groot te brengen, maar de ervaring leert dat dit weinig effect heeft. Daarom vraag ik hen vaak of ze thuis wel eens de klacht krijgen te weinig in het huishouden te doen. Meestal zijn er dan wel een paar die meesmuilend beginnen te knikken. Vervolgens vraag ik hen of ze, als ze dan wel wat doen, op complimenten of kritiek kunnen rekenen. Hierop begint het meestal te gonzen in de zaal. ‘Als ik de afwasmachine in heb geruimd doet hij/zij het opnieuw’; ‘Ik mag de was niet meer doen want dat doe ik altijd verkeerd’; ‘als ik de kinderen heb aangekleed dan krijg ik te horen dat die combinatie echt niet kan.’ Het zijn zomaar wat voorbeelden, maar de strekking komt overeen; degenen die kritiek krijgen als ze eigen initiatief tonen besluiten om het voortaan maar te laten of op de nadrukkelijke instructie van de ander te wachten. En dan valt het kwartje. Deze bestuurders en managers, die zichzelf vaak prima in staat achten om organisaties en afdelingen aan te sturen, zouden volgens hun eigen maatstaven nauwelijks in staat zijn om hun eigen huishouden te runnen.

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat het ook niet makkelijk is om een ander de ruimte te geven een taak naar eigen inzicht in te laten vullen. Zeker als je goed denkt te weten hoe het moet. En toch is dat precies wat nodig is om van het passieve risicomijdende gedrag af te komen. Het wordt tijd om een halt toe te roepen aan de doorgedraafd Taylor efficiëntie die voorkomt dat medewerkers een eigen invulling geven aan bepaalde taken.

We hebben werkzaamheden vertaald naar tijdseenheden tot honderdsten seconden achter de komma. Denk bijvoorbeeld aan de zorg. Een steunkous aantrekken staat in de AWBZ richtlijnen voor 10 minuten, uitrekken voor 7 en let wel, deze tijd is inclusief de indirecte zorg (3.5 minuut). Het scheelt niet veel of we zetten onze bejaarden, geheel in de gedachten van Taylor, op een lopende band om hun ‘schroefjes’ binnen een recordtijd en op een bepaalde manier aan te draaien. Dit terwijl we allang weten dat mensen geen Fordjes zijn en dat een kennis- en dienstverlenende economie niet floreert als we angstvallig in de industriële pas blijven lopen.

Het wordt dan ook tijd om medewerkers meer vertrouwen te bieden en de structuur van flexibiliteit, Niet die van controle en wantrouwen. Het Nieuwe Werken staat niet voor ‘laat maar waaien’ en ‘zoek het zelf maar uit’. Het staat voor dusdanig leidingGEVEN dat medewerkers zich zo veilig en gesteund voelen dat ze verantwoordelijkheid en initiatief te durven NEMEN.

 
Hervorming in de polder
donderdag, 31 januari 2013 21:11

Wij Nederlanders staan bekend om ons poldermodel. Bij ons gaan werkgevers, vakbonden en overheid gezamenlijk op zoek naar een compromis. Over arbeidsvoorwaarden en lonen onderhandelen wij liever, dan dat we elkaar eindeloos de tent uit vechten. Nee, dat poldermodel van ons is zo gek nog niet.

Toch lijkt het overlegmodel op zijn retour. Zowel de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg als de woningmarkt vragen om ingrijpende hervormingen en, zo weten ook Rutte en Samson, ingrijpende veranderingen kennen geen bevredigend compromis. Daarom besloten de heren dit keer geen water bij de wijn te doen, maar de wijn, hoe zuur ook, eerlijk te verdelen.

Nadat de kaarten geschut waren, riep minister Asscher de sociale partners op het poldermodel in ere te herstellen. Juist nu er grote hervormingen doorgevoerd moeten worden is het van belang, dat dit in goed overleg gebeurt, met succes. De sociale partners lieten optimistisch weten dat ‘de polder terug is van weggeweest.’

Bestuurskundige Frank Hendriks plaats hier echter vraagtekens bij. Volgens hem verruilen we ons poldermodel steeds vaker voor een ‘stemmingendemocratie’: een ‘democratie van publieke emotie, waarbij de meeste stemmen gelden’ en dat is volgens hem geen goede zaak.

Nu ben ik het met hem eens dat de koers niet bepaald mag worden door onberedeneerde gevoelens. Wel vraag ik me af of die hoogoplopende emoties en de roep om een stemmingendemocratie niet juist het gevolg is van het gebrekkig functionerende poldermodel. Zijn de sociale partners nog wel representatief voor werkend Nederland of neemt hun draagkracht al tijden af, zonder dat zij anderen de ruimte aan de onderhandelingstafel geven?

Tegenwoordig is slechts 20 procent van werkend Nederland lid van een vakbond en hun gemiddelde leeftijd ligt ook nog eens ruim boven de vijftig. Feitelijk zijn de bonden de belangenbehartigers van de toekomstige bejaarden en een korte termijn-agenda ligt dan ook voor de hand. Evenmin staan de vertegenwoordigers van werkgevend Nederland niet bekend om hun progressieve langetermijnvisie. Toch sluiten zij de compromissen die voor heel werkend Nederland zullen gelden.

Vraagt het consensusmodel, zeker ten tijden van ingrijpende hervormingen, niet om sociale partners die representatief zijn voor heel werkend Nederland. Werkend Nederland nu en in de toekomst? Daar zou ik wel eens voor willen stemmen. Ik zeg: doen!

Frank Hendriks komt op 1 februari naar Den Haag om tijdens Democratie in Debat met ‘stemmingenpeiler’ Maurice de Hond zijn visie toe te lichten. Om 15 uur in de openbare bibliotheek naast het stadhuis aan het Spui. U bent van harte welkom! De toegang is gratis. Aanmelden is niet verplicht, wel gewenst www.democratieindebat.com

 
Oh, oh, Cherso!
donderdag, 31 januari 2013 21:09

 

Als je mijn moeder vraagt of politiek een speelbal van de media is geworden dan is het antwoord simpel: ‘Als je kinderen altijd junkfood geeft, dan willen ze junkfood.’ Mijn moeder gelooft nog steeds in de verheffing van het volk al lijkt haar vroegere politieke partij dit geloof volkomen kwijt.

‘Zet de tv maar eens aan’, tiert mijn moeder, ‘dan zie je Gerston en Sterretje of weet ik veel wat voor onnozele idioten die werkelijk verheerlijkt worden. Hoe stommer, brutaler en platter, hoe beter. Zap je dan naar het nieuws of een praatprogramma dan zijn ze daar hard bezig zijn om met dit soort rotzooi te concurreren, en gek is het niet. Schotel je mensen de hele dag troep voor dan willen ze ook troep!’

Nog niet zo lang geleden geloofden we in de maakbaarheid van de samenleving. In de verheffing van het volk. Het was onze taak om een bijdrage te leveren aan de verheffing van hen die de gewenste opvoeding niet van huis uit meekregen. Het was de taak van ‘de politiek’, ‘de kerk’, ‘de pers’ evenals die van de buurvrouw. Een goede educatie, persoonlijke ontwikkeling en een degelijke gezondheidszorg moest voor iedereen toegankelijk zijn. Het ging zelfs zover dat we op grond van die verheffingsgedachte vele gezinnen in opvoedkampen stopten om ze daar de gepaste normen en waarden bij te brengen. Als ze zich niet uit vrije wil wilde verheffen dan zouden we dat wel even met gepaste dwang doen.

De maakbaarheid van de samenleving werd ver doorgevoerd, de verheffing dwingend opgelegd en zo groeide het verzet tegen deze beklemmende opgelegde normen en waarden. We willen zelf bepalen wat en wie we mooi, leuk en goed vinden en laten ons niets meer opleggen, zeker niet achter onze voordeur. En zeg nou zelf, het is toch een verademing om af en toe van junkfood of elkaar te genieten zonder dat de pastoor, meneer de agent of de buurvrouw ons gelijk op de vingers tikt?

En toch lijkt ook deze norm te ver doorgevoerd. De norm dat alles leuk, vermakelijk en vrijblijvend moet zijn. Een degelijke politicus die zich niet laat verleiden tot het neersabelen van zijn tegenstander op mediagenieke wijze noemen we tegenwoordig ongeschikt. Een journalist die er niet op uit is om de uitglijers van politici uitvergroot aan ons op te dissen hoeft niet op de volgende grote klus te rekenen. En de verkiezingsstrijd lijkt steeds meer op The voice of Holland. Met behulp van Maurice de Hond stemmen we de meest mediagenieke politicus naar de volgende ronde en de minst mediagenieke naar huis.

Geen spektakel, geen kijkers. Geen kijkers geen bestaansrecht en geen stemmen. Geen stemmen, geen macht. En zo zien we al zappend, hoe politici, journalisten en hun bazen radeloos hun best doen om nog te kunnen concurreren met Barbie en oh oh Cherso.

Wie de speelbal is? Als we mensen op laten groeien met een breed scala aan programma’s als Jerry Springer, waarin een oud politicus zijn showgasten opjut om met elkaar op de vuist te gaan terwijl het publiek zijn naam scandeert, dan moeten we niet verbaasd opkijken als het volk zo verheven is dat het om Jerry roept als het saai dreigt te worden. Wie wind zaait, zal storm oogsten.

 
Meer artikelen...
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 14