Ik was een moderne super vrouw!
Gesproken column door Roos Wouters bij Lux Voor zaterdag 28 oktober 2006
Ik had een geweldige baan, twee super kinderen en een fantastische man. We woonden midden in het centrum en hadden buiten het gezinsleven ook nog een druk sociaal leven. We gingen één keer per jaar met het gezin op vakantie. En mijn man en ik gingen samen ook nog altijd een weekendje weg. Bovendien had ik na de komst van mijn kinderen mijn figuur weten te behouden en begeerde mijn man mij nog steeds. Ik had het allemaal! Tot op dat ene moment. Dat moment waarop ik mijn vierjarige zoon alleen op het schoolplein vergat.
Achteraf kan ik het allemaal verklaren maar op dat moment tolde alles met een grote vaart rond en rond tot het met een enorme knal implodeerde. Mijn man dwong mij me ziek te melden, mijn werk stuurde me naar de arbo-arts en die verklaarde me zo overspannen als een deur! Ik had last van Musturbation zei hij grappend. Ik moest leren me meer te ontspannen en niet alles te moeten. Maar sinds ik mijn eerste kind had gekregen leek de lijst van dingen die ik MOEST alleen maar te groeien.
Ik moest tóch afstuderen, en mocht geen fulltime moeder worden. Ik moest mooi, jong en hip blijven en niet te veel over mijn kind praten anders dan werd ik er ook zo één. Ook moest ik carrière maken om me te bewijzen, maar mocht, kon en wilde niet fulltime werken. Dan moest ik ook nog van alles op de hoogte blijven en sporten en lezen. Ik mocht niet zeuren over mijn werk en moest dankbaar zijn toen ik, vlak na mijn tweede en rampzalige bevalling, promotie maakte terwijl de collega’s om mij heen werden weg bezuinigd.
Eigenlijk kwam ik op mijn werk om te zeggen dat ik nog niet in staat was weer aan het werk te gaan. Maar voor ik dat had kunnen zeggen werd me de kans geboden redacteur te worden van het nieuwe programma van Felix Rottenberg en daarop kon ik eenvoudigweg geen nee zeggen.
Ik genoot met volle teugen van dat werk, ontmoette mensen, kwam op plekken en beleefde dingen die ik anders nooit zou hebben meegemaakt. Maar ook rende ik van hier naar daar en was voortdurend aan de telefoon met mijn partner, ouders en schoonouders, wie welk kind waar zou halen en brengen. En als ik dan eindelijk bezweet en wel op de crèche aankwam dan was dat laatste kindje voor het raam, het mijne. Mijn hart kromp steevast ineen als de leidster dan liefdevol zei; ‘zie je wel dat ze je niet vergeten is’. Dan pakte ik mijn kind op, drukte het tegen mij aan en fluisterde; liefje, ik zal je nooit vergeten, echt niet!
Een gezin met jonge kinderen is als het opstarten van je eigen bedrijf. Het is ontzettend leuk en spannend maar ook een enorme verantwoordelijkheid waar je veel tijd aan kwijt bent. Wanneer je met je eigen bedrijf een verkeerde inschatting maakt is het ergste dat je kan overkomen faillissement, een grote schuld en een gekrenkt zelfbeeld. Maar maak je die verkeerde inschatting in je gezin dan kunnen de gevolgen duurzaam rampzalig zijn.
Wat had er allemaal kunnen gebeuren als mijn kind niet was ontdekt door die ene oplettende moeder. Als hij alleen naar huis had proberen te gaan, of erger, als hij onder een auto was gekomen?
In de maanden dat ik overspannen thuis zat en zelf mijn kinderen haalde en bracht, was ik gedwongen het leven van een echte huisvrouw te leiden. Ik ruimde op, deed de boodschappen, kookte en zat met mijn kinderen in speeltuinen en parken. Daar leerde ik veel andere moeders en vaders kennen. Ouders die net als ik bleken te vechten met de spagaat tussen werk en kinderen. En net als ik, dachten velen dat het aan hen lag wanneer ze de controle op hun drukke leven leken te verliezen. * De ‘zandbakmoeders’, zoals ik ze noem, zeiden voortdurend op hun tenen te lopen en bang te zijn om ziek te worden opdat ze daarmee het vooroordeel over de werkende moeders zouden waar maken.
Zandbakvaders vertelden op hun beurt, dat ze niet tegen hun baas of compagnon durfde te zeggen dat ze eigelijk wel een ‘papa-dag’ zouden willen. Zij waren bang daarmee hun positie in het bedrijf te verliezen. Maar zowel de vaders als moeders zeiden vooral niet te willen klagen omdat ze zo veel meer mogelijkheden hebben vergeleken met hun Groot-ouders. Daar moesten ze toch vooral dankbaar voor zijn.
Noem het verwend of niet, feitelijk lopen ze allemaal tegen dezelfde problemen aan; Winkeltijden zijn aangepast aan hedendaagse werktijden, maar werktijden en plekken zijn niet aangepast aan de hedendaagse kinderwens. Wil je toch een serieuze baan op niveau, dan ben je ofwel voortdurend je kinderen aan het weg-organiseren of verandert je partner, langzaam maar zeker, in een ouderwetse huisvrouw.
Toch wordt het ouderschap nu vooral als een makkelijk over te dragen, onbetaalde, duo baan gezien terwijl de verantwoordelijkheden van een baan op hoog niveau, die vaak niet zo’n directe impact op mensenlevens heeft, volgens de geldende norm niet te delen valt. Nu pleit ik niet voor fulltime moeder- of vaderschap maar tegen dit slappe argument bedoeld om deeltijd banen op hoog niveau tegen te houden. Het draaiende houden van een gezin is, vergeleken bij veel banen op niveau, als het runnen van een eigen bedrijf met te weinig personeel dat het concept ‘over 5 minuten’ niet begrijpt. Daar mag best wat meer aandacht en respect voor komen. Want soms vraag ik me af of die mannen in top functies of een Agnes Jongerius en een Cisca Dresselhuys, twee weken fulltime ouderschap zouden overleven zonder hun lieftallige secretaresse en het flexibel inzetbare personeel, waar ze als vanzelfsprekend door worden bijgestaan.
Ik bewonder vrouwen als Karien van Gennip die een carrière, een zwangerschap en het moederschap weten te combineren. En ook tegenover het principe om zowel de man als vrouw vier dagen te laten werken sta ik niet per definitie negatief. Maar ik hoop wel dat er wat meer begrip en ruimte komt voor mensen die dat niet zo feilloos weten te combineren. Kinderen zijn geen volwassenen waar je afspraken mee kunt maken en die je kunt houden aan die afspraken. Kinderen worden ziek en hebben hulp en aandacht nodig. Wanneer je kinderen die aandacht en liefde niet geeft kan dat grote gevolgen hebben voor die kinderen, de omgeving en in ernstige gevallen voor de hele samenleving. En ook al erkennen de meeste werkgevers dit probleem wel, toch schuiven ze het liever door naar een ander. En zo gebeurt er weinig of niks en blijft de arbeidsmarkt vrouw- en kindvijandig. Bovendien gaat het om een emotioneel onderwerp, hoe graag je het ook zou willen rationaliseren. Het zijn meer dan opvang plekken, handen binders en onstabiele factoren. Het blijft een feit dat wanneer je van een werkgever moet kiezen tussen kinderen en werk de keuze in werkelijkheid geen keuze is. Pas als dat erkend wordt kan de discussie over hoe het ouderschap met werk gecombineerd kan worden beginnen.
|